Prinzenerlass
ꜛ De bijzetting van prins Wilhelm op 29 mei 1940 in Potsdam
Om de prins de laatste eer te bewijzen verzamelen zich meer dan 50.000 mensen tussen de Friedenskirche en de Antikentempel in het park van Sanssouci bij Potsdam. De mensen langs de kant van de route brengen de Hitlergroet. Voor de kist lopen de broers en zwager van de omgekomen prins; Louis Ferdinand, Hubertus en Adolph von Salviati.
Particuliere collectie
De populariteit van de oude Duitse vorstenhuizen is een doorn in het oog van de nazi’s. Voor Hitler is het de aanleiding om het zogenaamde Prinzenerlass uit te vaardigen. Dit decreet verbiedt de inzet van leden van voormalige vorstenhuizen aan het front. In 1943 volgt voor voormalige prinsen een algeheel verbod om in het officierskorps van de Wehrmacht te dienen.
ꜛ De kist van prins Wilhelm in de Antikentempel is bedolven onder bloemen en kransen
Vooraan ligt een krans van Generalfeldmarschall Hermann Göring. Daarachter is de krans zichtbaar van de ouders van de omgekomen prins.
Particuliere collectie
ꜛ De bijzetting van prins Wilhelm, oudste zoon van kroonprins Wilhelm en Cecilie, op 29 mei 1940 in Potsdam
Op de achtergrond bevinden zich veldmaarschalk August von Mackensen, Dorothea von Salvati (echtgenote van prins Wilhelm) en ex-kroonprins Wilhelm. De foto is gemaakt na de herdenkingsdienst in de Friedenskirche in park Sanssouci in Potsdam.
Particuliere collectie
ꜛ Ex-keizer Wilhelm II met zijn oudste zoon (ex-kroonprins Wilhelm, links) en oudste kleinzoon (prins Wilhelm, rechts) in de gobelinkamer van Huis Doorn, 1927
Collectie Museum Huis Doorn, HuDF-1248
ꜛ Voorkant van het programmaboekje van de uitvaart van prins Wilhelm in de Friedenskirche in Potsdam, 29 mei 1940
Deutsches Historisches Museum, Berlijn
ꜛ Prins Wilhelm wordt bijgezet in de Antikentempel, het mausoleum van de familie Hohenzollern bij het Neue Palais in park Sanssouci te Potsdam
Particuliere collectie
‘Alle Duitse prinsen zijn uitgesloten van de frontlinie en worden in het beste geval nog getolereerd in staffuncties. Adolf wil niet dat ze zich onderscheiden en daarmee
“ongezonde” populariteit verwerven.’